Grevenbicht

Gemeentewapen GrevenbichtDe oudste vermelding van Grevenbicht ('Grevenbiecht') stamt van 1400. Het nabij liggende Obbicht heeft hetzelfde grondwoord als Grevenbicht. Nadat twee gelijknamige nederzettingen waren ontstaan, aangeduid als Bicht of Biecht, werden ze met het voorvoegsel 'Op' en 'Greven' van elkaar gescheiden. Bicht verwijst waarschijnlijk naar de oorspronkelijke ligging van de plaatsen bij een bocht in de Maas.

In het begin van de veertiende eeuw was Grevenbicht een heerlijkheid in het bezit van Godfried van Heinsberg. In de loop van die eeuw kwam dit Bicht met Heinsberg in bezit van de graaf van Loon en ontstond de naam Grevenbicht. In 1472 nam een dochter van de graaf de heerlijkheden Heinsberg en Grevenbicht als huwelijksgeschenk mee in haar echtverbintenis met hertog Willem van Gulik. Grevenbicht werd in 1524 door Gulik verpand aan de familie Van Vlodrop, welke in 1567 weer werd ingelost. Door het terugbetalen van de pandsom werd de formele heer, de hertog van Gulik, weer de feitelijke heerser. Grevenbicht kwam onder het administratief beheer van de Gulikse ambtman van Born. De onderdanen van Grevenbicht bleven zich echter verzetten tegen het betalen van belastingen die door het ambt Born werden opgelegd.

De Hertog van Gulik erkende in 1646 de vrijheid van Grevenbicht ten opzichte van het ambt Born. Plattegrond van Gemeente Grevenbicht in 1866Kort daarna verkocht de Hertog de heerlijkheid Grevenbicht (de grondheerlijke rechten, niet de soevereiniteit) aan Johan Arnold Graaf van Leerodt. Grevenbicht bleef evenals de heerlijkheid Born (met Buchten, Holtum en Guttecoven) tot de Franse Tijd (1794) in bezit van de familie de Leerodt.

De inwoners van Grevenbicht verdienden lange tijd hun inkomen in de landbouw en met scheepvaart op de Maas. Zo was er van 1585 tot 1732 zonder onderbreking een marktschip in bedrijf dat een vaste dienst onderhield tussen Grevenbicht en Maaseik. In de tweede helft van de achttiende eeuw kreeg het vervoer over land de overhand en liep de Maasvaart terug.

Eind 18de eeuw telde Grevenbicht (zonder het in 1839 afgescheiden gehucht De Boyen) ongeveer 740 inwoners. In een overwegend katholieke regio was het een dorp met een relatief grote protestantse gemeenschap.

In de Franse tijd (1794-1814) maakte Grevenbicht tot 1800 deel uit van het kanton Sittard. In 1800 verloren de kantons hun bestuurlijke taak. Deze werd aan gemeenten toegemeten. Grevenbicht werd een apart gemeente. Na de Franse tijd maakte de gemeente in de jaren 1815-1830 deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (Nederland en België), van 1830-1839 van België en vanaf 1839 van het huidige Koninkrijk der Nederlanden.

Het inwoneraantal groeide uit van 1.187 in 1900 naar 1.963 in 1940. Een steeds groter aantal mensen vond werk in de bouw en de mijnindustrie. Om de slagkracht Gemeentehuis Grevenbicht - 1922van de gemeente te vergroten zijn er diverse plannen geweest om Grevenbicht met andere gemeenten samen te voegen. In 1940 was er het voorstel om de gemeente met Obbicht & Papenhoven te laten fuseren. In 1968 kwam het voorstel om Grevenbicht, Obbicht & Papenhoven, Susteren, Roosteren en Born tot één gemeente samen te voegen. Pas in 1982, de gemeenschap telde toen 2.645 inwoners, kwam het daadwerkelijk tot een gemeentelijke herindeling. Vanaf dat jaar ging Grevenbicht, met de gemeenten Obbicht & Papenhoven en Born, onder laatstgenoemde naam verder als één gemeente. Vanaf 1 januari 2001 kwamen de gemeenten Born, Sittard en Geleen onder één lokaal bestuur, onder de naam gemeente Sittard-Geleen.

De bevolking van Grevenbicht is door de eeuwen heen regelmatig getroffen door overstromingen van de Maas. In 1830,1880 en 1926 liep het Maasdorp onder water. De meest recente overstromingen vonden plaats in 1993 en 1995.

Tegenover deze narigheid staat een gemeenschap met een sterk verenigingsleven. Het oudste muziekgezelschap van de gemeente Sittard-Geleen is de op 10 november 1864 in Grevenbicht opgerichte Koninklijke Harmonie Aurora. In 1900 werd in het kleine dorp de tweede Harmonie, Sint Cecilia, opgericht. Ook zijn er twee schutterijen actief, de Broederschap van het Heilig Kruis en Eendracht. In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw stond Grevenbicht in de regio bekend als dans-oord. In 1953 werd er het eerste wereldvrijgezellencongres georganiseerd. Gawstrekke in de Peperstraat van Grevenbicht - 1956Het congres was bedoeld om de maatschappelijke ongelijkheid van de vrijgezel aan de kaak te stellen. In de media werd het wel afgeschilderd als een huwelijksmarkt. Vanaf dat jaar tot begin jaren zestig was het dorp tijdens de congresweek volledig op de komst van vrijgezellen van verschillende nationaliteiten ingesteld met straat- en gevelversieringen; een enorme congrestent met lezingen en discussies; een soirée dansante met muziek van een bekend radio-orkest; cafés ingericht als Tiroler berghutten en Beierse bierkneipen; Venetiaanse gondelvaarten op de Kingbeek en boottochten op de Maas. Een oud vermaak dat in 1975 in ere werd hersteld is het 'gawstrekke'. Een eeuwenlang over het hele Noordwest Europese platteland verbreid spel waarbij ruiters in galop met de blote hand een gans de kop moesten af trekken. Tegenwoordig gebeurt het ganstrekken in Grevenbicht, met een niet meer levende gans, op Carnavalsdinsdag.

Belangrijke publicaties over de geschiedenis van Grevenbicht:

A. Munsters M.S.C., Grevenbicht-Heinsberg, in: De Maasouw 64 (1944) 13-20.
Guus Janssen e.a., Dorp aan de Maas (1995).
A.M.P.P. Janssen e.a., Godt bewaert de sinen in noot, 500 jaar protestantisme in Grevenbicht (Sittard, 2001).
Diverse auteurs, diverse artikelen in Historisch Jaarboek voor het Land van Zwentibold.